HR 24 maart 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH1435

Wet op de Kansspelen (Wks). “Aan één of meer personen uit het publiek”. De tll. kan bezwaarlijk anders worden verstaan dan dat de steller van de tll. daarin – zij het overbodig – tot uitdrukking heeft gebracht dat de gelegenheid “voor het publiek” was opengesteld en dat de desbetreffende uitzondering a.b.i. art. 2, onder a, Wks te dezen niet van toepassing was. Dat brengt mee dat nu het OM heeft gekozen voor de tll. van dit overbodige onderdeel en het Hof dit onderdeel bewezen heeft geacht, de bewezenverklaring ook in dat opzicht naar de eis der wet met redenen moet zijn omkleed. Het verweer van de raadsman is niet louter feitelijk van aard, maar stelt de rechtsvraag aan de orde of te dezen sprake was van een gelegenheid die “voor het publiek” is opengesteld. Daarom had het Hof nader behoren te motiveren waarom het van oordeel was dat die vraag bevestigend diende te worden beantwoord. CAG: anders.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen