HR 17 februari 2009, ECLI:NL:HR:2009:BG6581

Uitlevering. 1. Het oordeel van de Rb dat het Kroatische strafvonnis voor tul vatbaar is, kan in cassatie niet op zijn juistheid doch slechts op zijn begrijpelijkheid worden onderzocht. Onbegrijpelijk is haar oordeel niet, in aanmerking genomen dat het uitleveringsverzoek inhoudt "The judgment became final on 2 January 2003", en dat de enkele stelling dat namens de o.p. "bij de Kroatische autoriteiten om een nieuwe althans nadere behandeling van de zaak is verzocht" niet zonder meer noopt tot de slotsom dat bedoelde veroordeling als gevolg daarvan niet meer vatbaar is voor tul. 2. De Rb heeft geoordeeld dat art. 40.3 IVRK niet behoort tot de verdragsbepalingen waaraan de toelaatbaarheid van de verzochte uitlevering getoetst dient te worden. Dat oordeel is juist, zodat het middel faalt.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen