HR 30 juni 2009, ECLI:NL:HR:2009:BG6551

Ontvankelijkheid cassatieberoep. Bij de stukken bevindt zich een brief van mr. X aan de strafgriffie van de HR van 13-11-06 waarin hij zich stelt als raadsman van verdachte. Bij de stukken bevindt zich tevens het dubbel van de aanzegging ex art. 435.1 Sv en een daarbij behorende akte van uitreiking, waaruit volgt dat de aanzegging op 14-3-08 aan verdachte in persoon is uitgereikt. Bij brief van 19-3-08 is aan de raadsman bericht dat de stukken op 25-10-07 bij de griffie van de HR zijn ontvangen. A.g.v. een administratieve vergissing is aan de raadsman van verdachte niet meegedeeld dat en wanneer de uitreiking van de aanzegging aan verdachte heeft plaatsgevonden. Namens verdachte heeft mr. X een schriftuur ingediend, die echter eerst na afloop van de bij wet gestelde termijn bij de griffie van de HR is ingekomen. Gelet op genoemde administratieve vergissing is de termijnoverschrijding verontschuldigbaar zodat verdachte in zijn beroep kan worden ontvangen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen