HR 3 februari 2009, ECLI:NL:HR:2009:BG6154

Art. 413.1 Sv schrijft voor dat tussen de dag waarop de dagvaarding in h.b. aan verdachte wordt betekend en die der terechtzitting een termijn van tenminste 10 dagen moet verlopen. Het middel berust op de opvatting dat de in art. 588.3.c Sv voorgeschreven verzending van een afschrift van de dagvaarding moet worden gerekend tot de betekening van de dagvaarding. Daarvan uitgaande betoogt het middel dat nu in deze zaak de datum van die verzending van de appeldagvaarding ontbreekt, niet kan worden nagegaan of de in art. 413.1 Sv voorgeschreven termijn in acht is genomen. Het middel faalt omdat de opvatting waarop het berust onjuist is. De in art. 588.3.c Sv voorgeschreven verzending van een afschrift van de dagvaarding maakt geen deel uit van de betekening. Die betekening is met de uitreiking van de dagvaarding aan de griffier van de rechtbank voltooid.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen