HR 26 mei 2009, ECLI:NL:HR:2009:BG5975
Art. 11 Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Wvgs), Richtlijn 94/55/EG, Accord Européen relatif au transport international des marchandises dangereuses par route (ADR). Verdachte is veroordeeld voor het opzettelijk (en in strijd met art. 11 Wvgs) niet vermijden van de bebouwde kom van een gemeente, aangezien hij een trekker met oplegger waarin zich resten van een gevaarlijke stof bevonden, langs de weg binnen de bebouwde kom heeft laten staan. De voorschriften van het ADR met de bijlagen A en B maken deel uit van genoemde Richtlijn. Die bijlagen zijn thans ondergebracht in bijlage 1 van de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen. Hoofdstuk 8.4 van bijlage B van het ADR bevat parkeervoorschriften voor voertuigen die gevaarlijke goederen vervoeren in nader aangegeven hoeveelheden. I.c. gaat het echter om een tankwagen waarin zich resten bevonden van een gevaarlijke stof. ’s Hofs (kennelijke) oordeel dat het de nationale wetgever vrijstaat verdergaande beschermingsmaatregelen te treffen dan voorzien in het ADR, is juist. Naar volgt uit de considerans sub 9 en uit art. 5 van de Richtlijn is het een lid-staat toegestaan bij het geven van voorschriften betreffende het vervoer van gevaarlijke goederen door op zijn grondgebied geregistreerde of in gebruik genomen voertuigen "stringentere bepalingen" toe te passen. Van die mogelijkheid heeft de NL wetgever gebruik gemaakt door de parkeervoorschriften van het ADR ook te laten gelden voor voertuigen met daarin resten van gevaarlijke stoffen (art. 2 Wvgs), alsmede het door hem in het leven geroepen voorschrift dat degene die met een voertuig langs de weg (resten van) gevaarlijke stoffen vervoert, de bebouwde kom dient te vermijden (art. 11 Wvgs).
De uitspraak op rechtspraak.nl