HR 24 maart 2009, ECLI:NL:HR:2009:BG4831
Behulpzaam zijn “bij” (simultaan) of “tot” (consecutief), art. 48 Sr? Vzv. de klacht berust op de opvatting dat het “behulpzaam zijn bij het plegen van het misdrijf” a.b.i. art. 48 Sr niet mede kan bestaan uit het geven van informatie aanwijzingen en adviezen, berust het op een onjuiste rechtsopvatting. Ook overigens faalt het middel, nu het Hof heeft vastgesteld dat verdachte de in de bewezenverklaring genoemde informatie, aanwijzingen en adviezen heeft gegeven binnen de bewezenverklaarde periode, zodat het oordeel van het Hof dat verdachte behulpzaam is geweest “bij” het misdrijf geen blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting, noch onbegrijpelijk is.
De uitspraak op rechtspraak.nl