HR 13 januari 2009, ECLI:NL:HR:2009:BG4829
Preliminair verweer. 1. Vzv. het middel de klacht bevat dat ’s Hofs motivering niet voldoet aan het in art. 359.2 2e volzin Sv gegeven motiveringsvoorschrift t.a.v. uitdrukkelijk onderbouwde standpunten, stuit het af op de omstandigheid dat het hier een verweer betreft a.b.i. art. 358.3 Sv. Dienaangaande geldt het motiveringsvoorschrift van de 1e volzin van eerstgenoemde bepaling (vgl. HR LJN BB8977, rov. 6.3). 2. In aanmerking genomen dat het Hof ttz. van 9-2-2006 het preliminaire verweer gemotiveerd heeft verworpen en dat verweer ttz. van 31-5-2007 door de enkele verwijzing daarnaar ongewijzigd is herhaald, heeft verdachte geen in rechte te respecteren belang bij de klacht dat in de einduitspraak van het Hof een uitdrukkelijke beslissing ontbreekt omtrent het opnieuw gevoerde verweer.
De uitspraak op rechtspraak.nl