HR 20 januari 2009, ECLI:NL:HR:2009:BF3162
Art. 5.1.e EVRM en oplegging tbs zonder advies strekkende daartoe van een deskundige. De opvatting dat een last tot tbs met dwangverpleging slechts kan worden gegeven indien (medische) deskundingen/specialisten adviseren dat een opname in een tbs-inrichting moet plaatsvinden, vindt geen steun in het recht. De beslissing tot tbs berust bij de rechter, die daartoe mede o.g.v. de ernst van het door verdachte gepleegde s.f. en de omstandigheden waaronder dit is begaan kan besluiten indien naar zijn oordeel aan de in art. 37a en 37 b Sr gestelde voorwaarden is voldaan. Geen rechtsregel vereist dat de maatregel eerst kan worden opgelegd indien en vzv. die deskundigen opname in een tbs-inrichting met dwangverpleging adviseren. Het middel miskent dat de vrijheidsbeneming a.g.v. de rechterlijke beslissing tot oplegging van tbs niet slechts valt binnen de werkingssfeer van art. 5.1.e EVRM maar tevens binnen die van art. 5.1.a EVRM (vgl. EHRM 11 mei 2004, LJN AS5239).
De uitspraak op rechtspraak.nl