HR 2 december 2008, ECLI:NL:HR:2008:BF0750

Art. 304 Sr. Het middel berust op de opvatting dat "voor de strafbaarheid en de strafwaardigheid, zoals bedoeld in art. 304 Sr, het niet van belang is of de vader de biologische vader is, doch het erom gaat dat er op grond van samenwoning, zoals bij levensgezellen, dan wel een andere – niet uitsluitend biologische – relatie bestaat waarin (extra) eerbied jegens elkander verschuldigd is dan wel gevreesd moet worden voor machtsmisbruik, dit omdat het kind aan de vader is overgeleverd". Die opvatting is evenwel, naar door de AG in zijn conclusie is uiteengezet, onjuist.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen