HR 18 november 2008, ECLI:NL:HR:2008:BE9847

Vordering benadeelde partij. Motiveringsklachten. ’s Hofs oordeel dat de b.p. a.g.v. het bewezenverklaarde handelen rechtstreekse schade heeft geleden is niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd. De klacht dat het Hof het verweer dat de schadevergoedingsplicht van verdachte wegens 'eigen schuld' van de b.p. moet worden verminderd ontoereikend gemotiveerd heeft verworpen, kan niet tot cassatie leiden. In ’s Hofs overwegingen ligt besloten dat het de mogelijk foutieve gedraging van de b.p., hierin bestaande dat de afrastering op zo korte afstand van de weg is geplaatst dat het risico bestaat dat verdachte deze omver rijdt, van zo geringe betekenis heeft geacht in vergelijking met de (voorwaardelijk) opzettelijke vernieling van de palen door verdachte, dat deze niet kan worden aangemerkt als een omstandigheid die aan de b.p. kan worden toegerekend i.d.z.v. art. 6:101.1 BW. De klacht dat het Hof heeft nagelaten om bij de vaststelling van de schade rekening te houden met het voordeel - 'nieuw voor oud' - dat de vervanging van de palen volgens verdachte de b.p. zou hebben opgeleverd, faalt. Het Hof heeft kennelijk en niet onbegrijpelijk niet aannemelijk geacht dat sprake is van enig voordeel dat redelijkerwijze bij de vaststelling van de vervangingswaarde van de onherstelbaar vernielde palen in rekening moet worden gebracht.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen