HR 28 oktober 2008, ECLI:NL:HR:2008:BE9800
Schuld i.d.z.v. art. 6 WVW1994. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN AO5822. Anders dan het Hof kennelijk heeft geoordeeld, kan uit de enkele omstandigheid dat verdachte in de door het Hof vastgestelde omstandigheden van het geval de motorrijder aan wie hij voorrang had dienen te verlenen niet heeft gezien hoewel deze voor hem wel waarneembaar moet zijn geweest en verdachte daarop zijn rijgedrag moet hebben kunnen afstemmen, niet volgen dat verdachte, zoals is bewezenverklaard, zich "aanmerkelijk onoplettend en onvoorzichtig" heeft gedragen. De bewezenverklaring is derhalve niet naar de eis der wet met redenen omkleed.
De uitspraak op rechtspraak.nl