HR 24 juni 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD5237
Herziening geurproef. Ingeval het resultaat van een onregelmatige geuridentificatieproef voor het bewijs is gebezigd en het niet aannemelijk is dat zonder dat resultaat de feitenrechter o.g.v. het beschikbare bewijsmateriaal tot een bewezenverklaring zou zijn gekomen, levert dat een ernstig vermoeden op dat de rechter aanvrager zou hebben vrijgesproken en is in dat geval derhalve sprake van een omstandigheid a.b.i. art. 457.1.2º Sv. Uit het vonnis van de Rb en uit de overwegingen van het Hof t.a.v. het bewijs kan worden afgeleid aan welke bewijsmiddelen het Hof de bewezenverklaring zal hebben ontleend. Hieruit blijkt niet dat het resultaat van de geuridentificatieproef tot het bewijs is gebezigd. I.c. is geen sprake van een ernstig vermoeden dat het Hof aanvrager zou hebben vrijgesproken.
De uitspraak op rechtspraak.nl