HR 14 mei 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD2364
Wrakingsverzoek van de leden van de wrakingskamer. Blijkens de verklaring van de raadsman berust het verzoek om wraking op de weigering van de leden van de wrakingskamer om door de raadsman geformuleerde “verificatievragen” m.b.t. de onderzoeksplicht van de wrakingskamer te beantwoorden. Blijkens de mededelingen van de raadsman zijn de vragen gesteld teneinde te kunnen vaststellen of de vrees van verzoeker dat de leden van de wrakingskamer partijdig zijn, gefundeerd is. De wrakingskamer acht het indienen van een wrakingsverzoek op deze grond, mede gelet op het procesverloop in cassatie tot op heden, kennelijk misbruik van recht. Uit het vorenstaande volgt dat samenstelling van een nieuwe wrakingskamer achterwege kan blijven en verzoeker niet in zijn verzoek kan worden ontvangen.
De uitspraak op rechtspraak.nl