HR 23 mei 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD2361

Wrakingsverzoek van de raadsheren van de Strafkamer van de HR. De wrakingsgronden zien in wezen op ordemaatregelen die door de voorzitter van de meervoudige strafkamer, mr. Koster, zijn genomen. Hieromtrent geldt dat ordemaatregelen instrumenten zijn die ter beschikking staan aan de voorzitter van de meervoudige kamer. De voorzitter van de meervoudige strafkamer heeft de leiding van het onderzoek en bepaalt de orde van de zitting. De door mr. Koster genomen ordemaatregelen leveren geen feiten of omstandigheden op waardoor zijn rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Het verzoek is niet voor toewijzing vatbaar. Gelet hierop ontvalt ook de grondslag aan de verwijten die de overige leden van de Strafkamer van de HR worden gemaakt. Gelet op het gehalte van het wrakingsverzoek, de veelheid van de verzoeken om wraking die in het kader van deze cassatieprocedure zijn gedaan en hun inhoud, ziet de wrakingskamer aanleiding om toepassing te geven aan art. 515.4 Sv. De wrakingskamer stelt vast dat sprake is van misbruik van het rechtsmiddel wraking en zal daarom bepalen dat een volgend verzoek om wraking niet in behandeling wordt genomen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen