HR 29 april 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD0709

Schuld ex. art. 6 WVW 1994. HR herhaalt de relevante overwegingen uit HR LJN AO5822. Het Hof heeft vastgesteld dat verdachte als bestuurder van een personenauto ’s nachts met een snelheid van 50 à 60 km/u rijdende over een buitenweg die niet van straatverlichting was voorzien, zonder snelheid te minderen is aangereden tegen het (gedeeltelijk op de rijbaan) zittende s.o. en nog ca. 280m is verder gereden, dat de door verdachte bestuurde auto dimlichten voerde en de koplampen een dusdanig licht uitstraalden dat er goed zicht was tot 15m en een redelijk zicht tot 25m voor het voertuig, en dat het ruim één uur na het ongeval bij verdachte uitgevoerde ademonderzoek als uitkomst opleverde 435 ugl. Het Hof heeft voor het bewijs van het zeer onvoorzichtig en onoplettend rijden i.h.b. van belang geacht dat verdachte in het geheel niet heeft geremd en voorts dat verdachte (mede) onder invloed van alcohol met onverminderde snelheid met zijn auto tegen het s.o. is aangereden. Aldus heeft het Hof als zijn oordeel tot uitdrukking gebracht dat de omstandigheid dat verdachte, (mede) onder invloed van alcohol in de mate als vastgesteld, het s.o. niet heeft opgemerkt en in het geheel niet heeft geremd, duidt op een zodanig onvoorzichtig en onoplettend rijgedrag dat sprake is van schuld i.d.z.v. art. 6 WVW 1994. Dat oordeel is onjuist noch onbegrijpelijk. Daaraan doet niet af dat het s.o. zich zittend (gedeeltelijk) op de rijbaan bevond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen