HR 15 april 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC9408
Bekentenis a.b.i. art. 359.3 Sv. HR herhaalt relevante overwegingen t.a.v. een bekentenis a.b.i. art. 359.3 uit HR LJN AX5776. Nu de verklaring van verdachte niet alle onderdelen van het bewezenverklaarde betreft - zij houdt niet in dat verdachte erkent dat zijn opzet t.t.v. het plegen van de feiten was gericht op het steken in het hart/de hartstreek/ de borststreek van X dan wel het steken met een mes in de onderbuik van Y - is 's Hofs kennelijke oordeel dat verdachte het bewezenverklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend i.d.z.v. art. 359.3 Sv. onbegrijpelijk.
De uitspraak op rechtspraak.nl