HR 25 maart 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC7366

Profijtontneming. 1. Motivering oplegging betalingsverplichting. 2. Art. 359.2 Sv. Ad 1. Het Hof heeft een hogere betalingsverplichting opgelegd dan was gevorderd door de AG. In de schriftuur wordt een beroep gedaan op HR LJN AO2607 maar daarin ging het om toepasselijkheid van het thans vervallen en i.c. niet toepasselijke art. 359.7 Sv. Mede gelet op hetgeen door de AG is aangevoerd en in aanmerking genomen dat ook het Hof in de persoonlijke omstandigheden aanleiding heeft gevonden de betalingsverplichting te matigen, kan niet gezegd worden dat de door de rechter opgelegde betalingsverplichting in die mate afwijkt van de door het OM gevorderde betalingsverplichting dat dit zonder opgave van de redenen die tot die afwijking hebben geleid, onbegrijpelijk is. Ad 2. Het verweer dat aan betrokkene een kleiner deel diende te worden toegerekend nu de medeveroordeelde in de hoofdzaak voor een langere periode is veroordeeld, vindt zijn gemotiveerde weerlegging in de bestreden uitspraak. ‘s Hofs oordeel dat het voordeel gelijkelijk aan betrokkene en haar medepleger diende te worden toegerekend is mede in het licht van de bewijsmiddelen en hetgeen door de verdediging is aangevoerd niet onbegrijpelijk. Hetgeen door de verdediging m.b.t. tot de rol van betrokkene is aangevoerd, noopte het Hof niet tot een nadere motivering.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen