HR 11 maart 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC6254
Blijkens de strafmotivering heeft het Hof bij de strafoplegging rekening gehouden met de omstandigheid dat uit de omtrent de geestvermogens van verdachte uitgebrachte rapporten blijkt dat de door hem gepleegde strafbare feiten in licht verminderde mate aan hem kunnen worden toegerekend. Niet zonder meer begrijpelijk is dat volgens het Hof uit (de conclusies van) de rapporten zou blijken dat de feiten verdachte in licht verminderde mate kunnen worden toegerekend, in aanmerking genomen dat de deskundigen van oordeel waren dat er sprake was van verminderde toerekeningsvatbaarheid.
De uitspraak op rechtspraak.nl