HR 13 mei 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC5939
WOTS. Tul “vervangende hechtenis” bij ontneming mogelijk o.g.v. het VOGP? Betrokkene is in G-B veroordeeld tot 6 jr gs en een “confiscation order”, het betalen van (het equivalent van +/-) EUR 1,1 miljoen, subsidiair 3 jr “hechtenis”. Bij latere beslissing is de 3 jr “vervangende hechtenis” bevolen. De Rb heeft de Britse straf omgezet naar 50 mnd gs en de tul gelast van de vervangende hechtenis. In cassatie gaat het om de (toelaatbaarheid van de) tul van de 3 jr. HR: De Rb heeft kennelijk aangenomen dat het verzoek van de Britse autoriteiten tot tul van bedoelde beslissing uitsluitende berust op het VOGP. Uit de bewoordingen van art. 1 VOGP moet, mede gelet op doel en strekking van het Verdrag en in overeenstemming met het systeem van het VOGP, worden afgeleid dat onder “veroordeling” - in de authentieke verdragstalen: “sentence” onderscheidenlijk “condemnation” - niet is begrepen de rechterlijke last tot het ondergaan van vrijheidsbeneming in het geval als i.c. waarin de betalingsverplichting in Engeland blijft bestaan en de tul van de vrijheidsbeneming aldaar afhankelijk is van het al dan niet geheel of gedeeltelijk voldoen aan de nog openstaande betalingsverplichting. HR verklaart de op grond van het VOGP verzochte tul van vorenbedoelde beslissing niet toelaatbaar.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 1 WOTS
- Artikel 2 WOTS
- Artikel 3 WOTS
- Artikel 28 WOTS
- Artikel 30 WOTS
- Artikel 31 WOTS
- Artikel 31a WOTS
- Artikel 3 Verdrag inzake de overbrenging van gevonniste personen
- Artikel 4 Verdrag inzake de overbrenging van gevonniste personen
- Artikel 5 Verdrag inzake de overbrenging van gevonniste personen
- Artikel 6 Verdrag inzake de overbrenging van gevonniste personen
- Artikel 7 Verdrag inzake de overbrenging van gevonniste personen
- Artikel 9 Verdrag inzake de overbrenging van gevonniste personen
- Artikel 11 Verdrag inzake de overbrenging van gevonniste personen