HR 1 april 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC5928

OM-cassatie. Cumulatieve tenlastelegging. Behoudens in gevallen waarin uit de bewoordingen waarin een tll is gesteld bepaaldelijk het tegendeel volgt, moet ervan worden uitgegaan dat aan in een tll voorkomende woorden of zinsneden welke zijn ontleend aan de tekst van een wettelijke bepaling of een ter uitvoering daarvan gegeven regeling, overeenkomstig de bedoeling van de steller van die tll dezelfde betekenis moet worden gehecht als daaraan toekomt in die wettelijke bepaling of die ter uitvoering daarvan gegeven regeling (vgl. HR LJN AD0455). Het onder 1 tenlastegelegde is toegesneden op de Arbeidstijdenwet en het onder 2 tenlastegelegde op de Wet goederenvervoer over de weg. Het in de tll onder 1 gebezigde begrip "werknemer" moet i.o.m. art. 1:1 Arbeidstijdenwet worden uitgelegd. Uit het 2e lid van dat artikel vloeit voort dat ook buiten het verband van een dienstbetrekking sprake kan zijn van "werknemer" i.d.z.v. die wet. Gelet daarop is de door het Hof aan de bestreden beslissing gegeven motivering onbegrijpelijk. Opmerking verdient nog dat in geval van een tll als i.c. de rechter t.a.v. beide feiten afzonderlijk dient te beoordelen of de omschrijving daarvan voldoet aan de daaraan in art. 261 Sv gestelde eisen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen