HR 25 maart 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC4198
Termijnoverschrijding cassatieberoep. Appèl is ingesteld door de gemachtigde van verdachte en aan deze is aanstonds de dagvaarding in appèl uitgereikt. Nu die uitreiking ex art. 408a i.v.m. art. 450.2 (oud) en art. 588.3.b.Sv geldt als betekening in persoon, had verdachte ex art. 432.1.a. Sv uiterlijk binnen 14 dgn na ’s Hofs einduitspraak cassatie moeten instellen. Cassatie is na het verstrijken van de daarvoor geldende termijn ingesteld. Hetgeen in de cassatieschriftuur is aangevoerd, kan niet worden aangemerkt als een bijzondere omstandigheid die de termijnoverschrijding verontschuldigbaar maakt. HR verklaart verdachte derhalve niet-ontvankelijk.
De uitspraak op rechtspraak.nl