HR 4 maart 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC3678

Afwijzing getuigenverzoeken. In een geval waarin in de appelschriftuur a.b.i. art. 410.1 Sv, een opgave van een of meer getuigen of deskundigen wordt gedaan a.b.i. art. 410.3 Sv, dient de rechter, gelet op art. 418.1 Sv, de in art. 288.1.c. Sv voorziene maatstaf te hanteren. Een verzoek tot het doen ondervragen van getuigen dat eerst ttz. in appel wordt gedaan, is een verzoek i.d.z.v. art. 331.1, i.v.m. art. 328 Sv om toepassing te geven aan art. 315 Sv. Maatstaf bij de beslissing op een zodanig verzoek is of de noodzaak daarvan is gebleken. ‘s Hofs opvatting dat aan een verzoek geen voorwaarden kunnen worden verbonden dan wel, indien de aan het verzoek verbonden voorwaarde is vervuld, op een voorwaardelijk verzoek niet uitdrukkelijk behoeft te worden beslist, is onjuist. Een verzuim op zodanige verzoeken te beslissen leidt ex art. 330 Sv i.v.m. art. 415 Sv tot nietigheid.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen