HR 19 februari 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC2307

OM-cassatie, art. 359.2 Sv, en bevestiging vonnis Rb. Het Hof heeft hetgeen door de AG bij het Hof is aangevoerd kennelijk opgevat als een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt. Het Hof is van dat standpunt afgeweken door de vrijspraak van de Rb te bevestigen. Vzv. de middelen ervan uitgaan dat het Hof niet inhoudelijk op het standpunt van het OM is ingegaan, missen zij feitelijke grondslag, omdat het Hof door de bevestiging van het vonnis de motivering van de Rb tot de zijne heeft gemaakt. Voor het overige falen de middelen. Mede in aanmerking genomen dat de selectie en waardering van het bewijsmateriaal aan het Hof is voorbehouden, was het Hof – dat kennelijk en niet onbegrijpelijk in hetgeen door de AG bij het Hof naar voren is gebracht geen argumenten heeft ontwaard die niet wezenlijk door de desbetreffende overweging en van de Rb werden bestreken – niet gehouden dat oordeel nader te motiveren, ook niet in het licht van art. 359.2 Sv. CAG: anders.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen