HR 4 december 2007, ECLI:NL:HR:2007:BB7104

1. Besloten erf i.d.z.v art. 138 Sr. 2. Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht dan wel met zware mishandeling. 3. Redelijke termijn. 4. Benadeelde partij. Ad 1. Van een “besloten erf” a.b.i. art. 138 Sr is sprake indien dat erf kenbaar van de omgeving is afgescheiden (HR LJN AB5759). Het erf hoeft niet geheel afgesloten te zijn om als “besloten” aangemerkt te kunnen worden. Ad 2. De bedreiging dient van dien aard te zijn en onder zodanige omstandigheden zijn geschied dat bij de bedreigde de redelijke vrees kon ontstaan dat hij het leven zou kunnen verliezen (HR LJN AT3659). Ad 3. De redelijke termijn is in de cassatiefase met 4 dagen overschreden. De rechter naar wie de zaak zal worden teruggewezen zal in geval van strafoplegging die overschrijding daarbij dienen te betrekken. Ad 4. Aangezien het Hof niet heeft gespecificeerd welk deel van het aan de benadeelde partijen toegewezen bedrag is toegekend t.z.v. feit 1 en feit 4, moet op die vordering, gelet op het voorgaande, opnieuw worden beslist.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen