HR 11 december 2007, ECLI:NL:HR:2007:BB4849
Opzetheling, door misdrijf verkregen voorwerp, art. 416 Sr. Verdachte is (o.m.) veroordeeld voor opzetheling van vrachtauto’s. Weliswaar valt in art. 416.1 Sr niet te lezen dat degene die opzettelijk een door misdrijf verkregen voorwerp verwerft of voorhanden heeft dan wel een andere in die bepaling genoemde gedraging verricht, slechts dan als schuldig aan heling kan worden gestraft indien het misdrijf waardoor het voorwerp is verkregen door een ander is gepleegd, doch krachtens het begrip van heling - een begunstigingsmisdrijf - moet worden aangenomen dat de omstandigheid dat iemand een helingshandeling als genoemd in gemeld wetsartikel begaat t.a.v. een voorwerp dat hij zelf door enig misdrijf heeft verkregen, aan diens veroordeling wegens heling in de weg staat. Indien dit laatste uit het onderzoek ttz. aannemelijk wordt, is een veroordeling t.z.v. uitgesloten (o.m. HR LJN AD5149). Een veroordeling t.z.v. heling is niet is uitgesloten indien het gaat om uitlokking van bedoeld misdrijf (HR DD 91.314). I.c. dwingt de inhoud van de bewijsmiddelen niet tot de gevolgtrekking dat het verdachte zelf is geweest die de vrachtauto's door diefstal heeft verkregen maar laat de gevolgtrekking toe dat verdachte de diefstal van de vrachtauto's op de in art. 47.1.2° Sr bedoelde wijze heeft uitgelokt.
De uitspraak op rechtspraak.nl