HR 6 november 2007, ECLI:NL:HR:2007:BB4842
Strafmotivering. Het Hof heeft, in overeenstemming met art. 359.5 Sv in zijn overwegingen in het bijzonder de redenen opgegeven die de opgelegde taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 20 uur hebben bepaald. Dat oordeel is niet onbegrijpelijk en is toereikend gemotiveerd. Het Hof heeft in het bijzonder ook de redenen opgegeven waarom het het standpunt van de verdediging dat kon worden volstaan met toepassing van art. 9a Sr niet deelde. Anders dan het middel kennelijk veronderstelt, behoefde het Hof daarbij niet nader uiteen te zetten waarom het tot uitgangspunt heeft genomen dat het bij het misdrijf van art. 162.3 WVW 1994 – waarop een wettelijk strafmaximum staat van 3 mnd gevangenisstraf of een geldboete van de 3e categorie – een gevangenisstraf van 2 wkn pleegt op te leggen.
De uitspraak op rechtspraak.nl