HR 30 oktober 2007, ECLI:NL:HR:2007:BB3999
Duur proeftijd mbt bijzondere voorwaarde; art. 14b en 14c Sr. HR ambtshalve: De geschiedenis van de totstandkoming van de wet die leidde tot de wetswijziging miv 1-4-93 en waarbij o.m. art. 14c Sr is gewijzigd en vernummerd, bevat niets waaruit zou kunnen worden afgeleid dat de wetgever heeft bedoeld wijziging te brengen in de toen bestaande regeling van de duur van de proeftijd. Daarom moet worden aangenomen dat art. 14b.2 Sr bij vergissing niet is aangepast aan de nieuwe nummering van art. 14c.2 Sr. Art. 14b.2 Sr moet worden gelezen als inhoudend dat de proeftijd in geval van o.m. een gestelde bijzondere voorwaarde ten hoogste 2 jr bedraagt. Gelet hierop heeft het Hof ten onrechte een proeftijd van 3 jr vastgesteld wat betreft de naleving van de gestelde bijzondere voorwaarde.
De uitspraak op rechtspraak.nl