HR 23 oktober 2007, ECLI:NL:HR:2007:BB3045

Uitdrukkelijke instemming. Het p-v van de terechtzitting houdt niet in dat de verdediging op de voet van art. 288.3 Sv uitdrukkelijk heeft ingestemd met het afzien van de hernieuwde oproeping van de daar niet verschenen getuigen. Het moet daarom er voor worden gehouden dat die instemming niet is gegeven. Bij die stand van zaken had het Hof o.g.v. art. 287.3 Sv de hernieuwde oproeping van die getuigen moeten bevelen. Het Hof had daarvan echter op de voet van art. 288.1 Sv bij een met redenen omklede beslissing kunnen afzien. Dit verzuim leidt tot nietigheid (vgl. HR LJN AY0112).

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen