HR 4 september 2007, ECLI:NL:HR:2007:BB2749
Herziening. 1. Bij de beoordeling van de aanvrage dient te worden vooropgesteld dat onverenigbaarheid van een uitspraak van de ABRvS enerzijds en een strafvonnis anderzijds geen grond voor herziening van een strafvonnis oplevert. 2. Van de in de uitspraak van de ABRvS en de beslissing van de minister van VROM vastgestelde feiten en omstandigheden kan niet worden gezegd dat deze de rechter die de veroordeling heeft uitgesproken niet bekend waren. Het aangevoerde kan derhalve niet tot herziening leiden.
De uitspraak op rechtspraak.nl