HR 6 november 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA8511
Art. 38n Sr. De aan het verweer en het middel ten grondslag liggende opvatting dat een tijdsverloop van ruim 5 mnd tussen de behandeling in eerste aanleg en de behandeling in hoger beroep “in het kader van de systematiek van de ISD-maatregel” een overschrijding van de redelijke termijn i.d.z.v. art. 6.1 EVRM oplevert, is onjuist. Art. 38n.2 Sr biedt de rechter de mogelijkheid om bij het bepalen van de duur van de maatregel geen rekening te houden met de preventieve hechtenis, bv. indien hij van oordeel is dat de (gedeeltelijke) aftrek daarvan zou leiden tot doorkruising van de behandelmogelijkheden (vgl. HR LJN AZ7777). De tijd tussen de inverzekeringstelling en de berechting dient zo kort mogelijk te zijn, zodat een zeer voortvarende behandeling en afdoening van de zaken, zowel in eerste aanleg als in hoger beroep, vereist is.
De uitspraak op rechtspraak.nl