HR 21 december 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA8463

OM-cassatie. Clickfondszaak. Art. 42 Wtk 1978/art. 82 Wtk 1992. Nominaal opvorderbare gelden. Afgescheiden vermogen. Geklaagd wordt over de vrijspraak van deelname aan een criminele organisatie vzv. deze tot oogmerk heeft het plegen van opzettelijke overtreding van art. 42 Wtk 1978 en (na 1-1-93) art. 82 Wtk 1992. Voor de beoordeling is beslissend het antwoord op de vraag of onder het aantrekken van “gelden” en van “opvorderbare gelden” a.b.i. art. 42 Wtk 1978/art. 82 Wtk 1992 slechts die gelden zijn te verstaan die nominaal opvorderbaar zijn. Uit de wetsgeschiedenis volgt dat bij de toepassing van art. 42 Wtk 1978 en art. 82 Wtk 1992 van de nominale opvorderbaarheid van de ter beschikking gestelde gelden dient te worden uitgegaan. Opmerking verdient nog dat in gelijke zin de toezichthoudende autoriteit, DNB, haar beleid heeft ontwikkeld. Uit het vorenstaande volgt dat ’s Hofs uitleg dat met de in de art. 42 Wtk 1978/art. 82 Wtk 1992 bedoelde “gelden” de nominaal opvorderbare gelden zijn bedoeld, juist is. ‘s Hofs oordeel dat niet van nominaal opvorderbare gelden kan worden gesproken is onjuist noch onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd. Vzv. het middel zich nog keert tegen ’s Hofs overweging dat het vermogen van de cliënten “afgescheiden” is gebleven van het vermogen van verdachte of van diens vennootschappen, gaat het uit van een onjuiste lezing van die overweging nu het Hof onmiskenbaar heeft bedoeld tot uitdrukking te brengen dat in het Clickfondssysteem steeds voor de deelnemers traceerbaar zou zijn wie de desbetreffende geldverschaffer was. De bewoordingen “afgescheiden vermogen” dienen dan ook in die zin te worden verstaan.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen