HR 25 september 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA7935
Herziening. Gelet op de brief van de IND en de beschikking van de staatssecretaris moet het ervoor worden gehouden dat de beschikking waarbij aanvrager ongewenst is verklaard in die zin wordt verstaan dat die beschikking geacht moet worden nimmer te zijn gegeven (vgl. HR LJN AC1284). E.e.a. levert het ernstig vermoeden op dat de PR, ware deze met de evenvermelde feiten en omstandigheden bekend geweest, aanvrager van het hem tll. zou hebben vrijgesproken.
De uitspraak op rechtspraak.nl