HR 6 november 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA7886

Art. 52 SUO. 1. Vzv. het middel berust op de opvatting dat het in strijd met art. 52 SUO ontbreken van een vertaling van (de essentie van) het afschrift van de appeldagvaarding a.b.i. art. 450 Sv in een taal die de verdachte beheerst, dient te leiden tot schorsing van de vervolging, faalt het. Niet-naleving van verdragsverplichtingen betreffende de taal waarin een gerechtelijk stuk moet zijn gesteld, zou enkel grond kunnen vormen voor schorsing van het onderzoek ttz. (vgl. HR LJN AD5163, rov. 3.20 onder d, en HR LJN AZ3289, rov. 3.4). 2. HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit HR LJN AD5163 rov. 3.33-3.37). Ervan uitgaande dat verdachte de Nederlandse taal niet beheerst, moet het ervoor worden gehouden dat in strijd met art. 52 SUO (de essentie van) het afschrift niet is vertaald in de Duitse taal. Dat – veronderstelde – verzuim behoefde het Hof i.c. geen aanleiding te geven het onderzoek ttz. te schorsen teneinde dit te doen herstellen. Van verdachte, die een Nederlandse advocaat bepaaldelijk had gemachtigd hoger beroep in te stellen tegen het vonnis van de Pr, mocht worden verwacht dat hij zich op de hoogte stelde van de datum van de terechtzitting in hoger beroep.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen