HR 25 september 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA7658

OM-cassatie. Hetgeen door de AG bij het Hof is aangevoerd heeft het Hof kennelijk en niet onbegrijpelijk niet opgevat als een voldoende stellige en duidelijke vordering tot het (doen) horen van een getuige. Die vordering houdt immers slechts in dat het "aanbeveling" verdient om aangeefster als getuige te horen indien het Hof enige twijfel koestert omtrent de herkenning van verdachte door aangeefster.

De uitspraak op rechtspraak.nl