HR 4 september 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA5835

Art. 423.4 Sv. Partieel appel. Het Hof heeft voor een in eerste aanleg berecht feit, waarbij enkel voor dat feit de bijkomende straf was uitgesproken en dat feit wegens de beperking van het hoger beroep niet aan het oordeel van het Hof was onderworpen, de bijkomende straf verzwaard. Daarbij heeft het Hof miskend dat art. 423.4 Sv uitsluitend een regeling geeft voor het in die bepaling omschreven geval, te weten dat in eerste aanleg voor de daar berechte feiten een hoofdstraf is uitgesproken en wegens de beperking van het hoger beroep tot een of meer van die feiten, in geval van vernietiging t.a.v. de straf de noodzaak ontstaat ook de hoofdstraf voor het feit of die feiten waartoe het hoger beroep zich niet heeft uitgestrekt opnieuw te bepalen (vgl. HR LJN AD0875). Daaruit volgt dat het aan het Hof niet vrijstond aan de bijkomende straf, zoals door de PR opgelegd, te tornen. De HR doet de zaak zelf af en verstaat dat de bijkomende straf van de ontzegging van de rijbevoegdheid is opgelegd als door de PR is bepaald.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen