HR 3 juli 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA4994
1. Het in de gelegenheid stellen van verdachte om te reageren op hetgeen de rechter heeft waargenomen. 2. Eigen waarneming rechter wettig bewijsmiddel. 3. Strafmotivering. Ad 1. De klacht dat het Hof verdachte niet in de gelegenheid heeft gesteld te reageren op hetgeen het Hof heeft waargenomen op de getoonde videobeelden mist feitelijke grondslag, nu verdachte direct na de waarneming door het Hof in de gelegenheid is gesteld daarop te reageren en verdachte die gelegenheid voorts heeft gehad bij pleidooi en het laatste woord. Ad 2. O.g.v. art. 339 jo. art. 340 Sv is de eigen waarneming van de rechter welke bij het onderzoek ttz door hem persoonlijk is geschied een wettig bewijsmiddel. De opvatting dat de bewezenverklaring niet in overwegende mate mag steunen op een dergelijke eigen waarneming vindt geen steun in het recht. Ad 3. De overwegingen van het Hof moeten worden begrepen dat het Hof van oordeel is dat niet kan worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf welke onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming meebrengt. De strafmotivering voldoet daarom aan de o.g.v. art. 359.5 en 359.6 Sv te stellen eisen.
De uitspraak op rechtspraak.nl