HR 4 september 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA2162
Beklag. In de overwegingen van de Rb ligt als haar oordeel besloten dat het door klaagster aangevoerde niet kan leiden tot de gevolgtrekking dat zij niet rechtsgeldig afstand heeft gedaan van de inbeslaggenomen honden. Dat oordeel geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Het is niet onbegrijpelijk, ook niet indien in aanmerking wordt genomen – zoals eerst in de toelichting op het middel naar voren is gebracht – dat te dezen op de voet van art. 118 Sv een bewaarder over de honden had kunnen worden aangesteld ingeval klaagster de afstandsverklaring niet zou hebben willen ondertekenen. Voor verdere toetsing in cassatie leent het oordeel van de Rb zich niet, verweven als het is met waarderingen van feitelijke aard.
De uitspraak op rechtspraak.nl