HR 15 mei 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA0518
PIJ-maatregel. Termijnvereiste deskundigenadvies ex art. 77s Sr. De wetgever heeft mbt het termijnvereiste in art. 77s Sr aansluiting gezocht bij de tbs-regeling in het volwassenenstrafrecht. Overeenkomstig hetgeen t.a.v. art. 37b Sr (oud) is geoordeeld in HR NJ 1990, 517, stelt de HR mbt art. 77s Sr het volgende voorop. Redelijke wetstoepassing vereist dat aan art. 77s.2 Sr een uitleg wordt gegeven die enerzijds recht doet aan de strekking daarvan, te weten aan verdachte een waarborg te bieden dat tot de ingrijpende maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen slechts zal worden besloten o.g.v. actuele deskundige advisering, en anderzijds aan de belangen van een efficiënte rechtspleging en aan het belang van verdachte om niet meer dan nodig is te worden onderworpen aan - door hemzelf niet gewenst - onderzoek. Onder de belangen van een efficiënte rechtspleging moet mede worden begrepen het belang dat de verschillende procespartijen aan de hand van de tekst van de wettelijke regeling moeten kunnen nagaan of wettelijke termijnen in acht worden genomen of niet. Daaraan wordt voldaan door art. 77s.2 Sr aldus te lezen dat a. als aanvang van de daarin genoemde termijn geldt de dagtekening van het daar bedoelde advies onderscheidenlijk van het eerst uitgebrachte van de daar bedoelde adviezen; b. als eindpunt van de termijn de dag geldt waarop het onderzoek ter ttz dat tot oplegging van de maatregel heeft geleid, cfm art. 278 Sv is aangevangen, met dien verstande dat c. als die termijn reeds is verlopen op de dag waarop het onderzoek na een eventuele schorsing opnieuw wordt aangevangen wegens gewijzigde samenstelling van de rb, respectievelijk bij de aanvang van de behandeling in appel, het in art. 77s Sr bedoelde advies alleen dan mag worden gebruikt indien zowel de OvJ of AG, als verdachte en diens raadsman verklaren daarmee in te stemmen. Wanneer die instemming ontbreekt, is een nader advies vereist. De door het hof gebruikte deskundigenadviezen zijn gedateerd op 9 en 15-6-04. Gelet op het voorgaande, en in aanmerking genomen dat het onderzoek ter ttz in appel op 29-3-05 is aangevangen en nadien niet meer opnieuw is aangevangen en het hof heeft vermeld dat het arrest mede is gewezen n.a.v. het onderzoek ter ttz van 29-3-05, is ’s hofs oordeel juist.
De uitspraak op rechtspraak.nl