HR 15 mei 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA0487

Profijtontneming. Het middel klaagt dat het hof heeft gehandeld i.s.m. de beginselen van een goede procesorde, het vertrouwensbeginsel en art. 6 EVRM door uit te gaan van een berekeningswijze waarop de verdediging niet bedacht hoefde te zijn en waarop zij haar verweer niet heeft kunnen richten. HR verwijst naar conclusie AG vzv. inhoudende: een keuze voor een methode van voordeelsberekening waarop de verdediging in redelijkheid niet bedacht behoefde te zijn, is i.s.m. de beginselen van een behoorlijke procesorde als met art. 6 EVRM. I.c. mocht de verdediging er in redelijkheid niet op vertrouwen dat het hof het onderzoek zou heropenen als het zou kiezen voor de ‘klassieke’ methode van voordeelsberekening i.p.v. de methode van vermogensvergelijking waarover de procespartijen hadden gedebatteerd. Daarbij weegt zwaar dat het financieel verslag waarop de vordering was gebaseerd, zich niet beperkte tot de methode van voordeelsvergelijking maar daarin ook een aanzet was gegeven voor een klassieke berekening, gebaseerd op de eigen verklaringen van veroordeelde.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen