HR 19 juni 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA0422
De Regeling aantekening mondeling vonnis door politierechter, kinderrechter, economische politierechter, kantonrechter en enkelvoudige kamer voor de behandeling van strafzaken in hoger beroep van 2 oktober 1996 (Stcrt. 1996, 197) houdt niets in omtrent de toepassing van het voorschrift van art. 359.1 Sv, zoals dat luidt na 1 januari 2005, inzake de vermelding van de vordering van het OM in de uitspraak. Aangenomen moet worden dat aan art. 359.1 Sv is voldaan indien de vordering van het OM is weergegeven in dan wel is gehecht aan het pv van de ttz. Geen rechtsregel eist dat die vordering daarnaast wordt opgenomen in de aantekening van het mondeling arrest in het pv van de ttz.
De uitspraak op rechtspraak.nl