HR 5 juni 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ8413

Rechtsbijstand. Verdachte deelt in zijn laatste woord mee dat hij zijn raadsman heeft ontslagen. ‘s Hof oordeel dat desondanks met de behandeling van de zaak kon worden doorgegaan nu verdachte op geen enkele wijze kenbaar heeft gemaakt dat hij zich met de inhoud of strekking van het pleidooi van de raadsman niet kon verenigen en evenmin te kennen heeft gegeven zich met zijn raadsman te willen verstaan dan wel om onderbreking van de zitting heeft verzocht, is niet zonder meer begrijpelijk nu blijkens het pv ter ttz verdachte, nadat de AG had gewezen op de discrepantie tussen het standpunt van de raadsman en de proceshouding van verdachte, onmiddellijk na de dupliek van zijn raadsman het woord heeft gevraagd en daartoe van de voorzitter toen niet de gelegenheid heeft gekregen. CAG: anders.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen