HR 3 april 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ8349

1.Voorhanden hebben in de zin van art. 416 Sr. 2. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt ex art. 359.2 Sv. t.a.v. bewijs. 3. Onttrekking aan het verkeer. Ad 1. Uit de gebezigde bewijsmiddelen kan niet volgen dat verdachte over de voorwerpen een zodanige zeggenschap had dat hij die voorwerpen voorhanden had in de zin van art. 416 Sr. Ad 2. Ten onrechte heeft het hof niet gemotiveerd waarom het afweek van het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt dat verdachte geen kennis had van de aangetroffen patronen en de patroonhouder. Ad 3. Het hof heeft verdachte van het bewezenverklaarde onder 3, voor zover het de twee nabootsingen van een pistool betreft, ontslagen van alle rechtsvervolging en overwogen dat dat geen strafbare feiten oplevert. Nu het hof de onttrekking aan het verkeer van deze inbeslaggenomen voorwerpen heeft bevolen maar het bestreden arrest niets inhoudt omtrent de vaststelling van enig strafbaar feit, is niet voldaan aan het vereiste van art. 36b.1.3 Sr.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen