HR 17 april 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ7120
De opmerking van de niet van rechtsbijstand voorziene verdachte: “U moet de politieagenten dan maar horen”, kan gelet op hetgeen verdachte daaraan voorafgaand heeft verklaard, bezwaarlijk anders worden verstaan dan als een verzoek om de verbalisanten als getuige te horen omtrent de door verdachte ten verwere aangevoerde feiten en omstandigheden. Op dat verzoek had het hof ingevolge art. 315 jo. art. 328 en 330 Sv, die in appel van overeenkomstige toepassing zijn, op straffe van nietigheid dienen te beslissen. Nu zodanige beslissing ontbreekt, kan de bestreden uitspraak niet in stand blijven.
De uitspraak op rechtspraak.nl