HR 6 maart 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ6174
Beklag ex art. 552a Sv. De rb heeft omtrent de grondslag van het beslag niets vastgesteld. In aanmerking genomen dat het klaagschrift o.m. inhoudt dat het zich richt tegen het beslag “voorzover dat moet worden geacht conservatoir te zijn”, had de rb blijk moeten geven te hebben onderzocht o.g.v. welke bepalingen het beslag is gelegd, meer i.h.b. of het beslag mede berustte op art. 94a Sv. Vzv. een beklag is gericht tegen inbeslagname ex art. 94a Sv geldt immers als maatstaf, anders dan die welke de rb heeft aangelegd, of zich al dan niet het geval voordoet dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, een geldboete tot tenminste de hoogte van de waarde van het inbeslaggenomen voorwerp danwel de verplichting tot betaling van een geldbedrag tot tenminste die hoogte ter ontneming van wederrechtelijk voordeel zal opleggen (HR LJN AF3850).
De uitspraak op rechtspraak.nl