HR 10 april 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ5713

Opzet bij medeplegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving. Vooropgesteld wordt dat (a) ten laste van verdachte is bewezenverklaard dat hij als medepleger heeft deelgenomen aan het wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden van X en Y, hetgeen uit de gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid, en (b) voor zo een bewezenverklaring niet is vereist dat verdachte op de hoogte is geweest van de precieze gedragingen van zijn mededader(s). Gelet daarop kan onbesproken blijven waaraan het hof zijn oordeel heeft ontleend dat verdachte “gelet op zijn positie als bestuurder van de bus, ook moet hebben gezien dat X en Y waren gekneveld”.

De uitspraak op rechtspraak.nl