HR 9 januari 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ2526

Ontvankelijkheid cassatieberoep. De akte van uitreiking in persoon betreffende de mededeling uitspraak is voorzien van de personalia van verdachte, van diens ondertekening alsmede van een parketnummer, overeenkomend met dat van ‘s hofs arrest van 3-4-01, terwijl het tevens een inkomststempel van het ressortparket bevat met de datum 7-4 (het jaartal is onleesbaar). Uit het voorgaande kan bezwaarlijk anders worden afgeleid dan dat de akte na de uitreiking daarvan aan verdachte in persoon weer in handen is gesteld van het OM op 7 april van enig jaar, welke datum moet hebben gelegen voor de datum van het instellen van het cassatieberoep, 11-11-05. Dat brengt mee dat de uitreiking van die akte meer dan twee weken voorafgaand aan 11-11-05 aan verdachte in persoon moet hebben plaatsgevonden zodat zich toen een omstandigheid heeft voorgedaan a.b.i. art. 432.2 Sv waaruit voortvloeit dat verdachte met de bestreden uitspraak bekend was. Gelet daarop kan verdachte niet worden ontvangen in het beroep.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen