HR 20 februari 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ2105
Verdachte staat op uitkijk, terwijl mededaders een man in zijn woning pinpas en pincode gaan afpersen, waarbij de man zich met zijn keukenmes verzet en door één van verdachtes mededaders met dat mes wordt gedood. In conclusie AG wordt het causaal verband tussen de poging tot afpersing en de dood van het slachtoffer betwijfeld. HR: Het hof heeft in de gebezigde bewijsmiddelen en bewijsoverwegingen, als zijn oordeel tot uitdrukking gebracht dat verdachte zich in ieder geval bewust was van de aanmerkelijke kans dat de 2 mededaders die het huis van het slachtoffer zijn binnengegaan, geweld zouden gebruiken om het slachtoffer de gewenste zaken (waaronder de pincode) te doen afgeven, en dat hij, nu hij zich door de wetenschap dat het slachtoffer thuis was niet heeft laten weerhouden, deze kans ook heeft aanvaard. Dit oordeel is niet onbegrijpelijk. Uit de gebezigde bewijsmiddelen kan voorts worden afgeleid dat tussen de ten laste van verdachte en zijn mededaders bewezenverklaarde poging tot afpersing en de dood van het slachtoffer een zodanig verband heeft bestaan dat de dood redelijkerwijs a.g.v. die poging tot afpersing aan verdachte kan worden toegerekend.
De uitspraak op rechtspraak.nl