HR 9 januari 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ1703

Het hof heeft geoordeeld dat de hier toepasselijke NL vuurwerkregeling “niet strijdig is met artikel 28 van het EG-Verdrag” en voorts dat die regelgeving “de toets aan artikel 30 EG-Verdrag doorstaat”. Het hof heeft tot uitdrukking gebracht dat het onderhavige verbod inzake het voorhanden hebben van vuurwerk dat niet voldoet aan de wettelijke eisen inzake de samenstelling en etikettering, weliswaar de handel tussen de lidstaten kan belemmeren, maar dat die mogelijke belemmering wordt gerechtvaardigd door het doel van die regelgeving, dat die regelgeving noodzakelijk is ter verwezenlijking van dat doel en dat niet aannemelijk is dat een minder verstrekkend voorschrift voldoende zou bijdragen aan het beoogde doel. Het eerste middel berust op een andere lezing van de bestreden uitspraak en mist dus feitelijke grondslag. Het tweede middel faalt bij gebrek aan belang nu het hof is uitgegaan van de toepasselijkheid van art. 30 EG-Verdrag.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen