HR 23 januari 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ0226
1. Geldigheid dagvaarding. 2. Bewijs kinderporno. Ad 1. Het pv van de terechtzitting in appel houdt niet in dat aldaar een beroep is gedaan op de nietigheid van de dagvaarding, dus ook niet op de in het middel vermelde grond dat deze t.a.v. feit 2 niet is toegespitst op een aantal concrete afbeeldingen, waardoor verdachte zich niet kon verdedigen. Mede gelet daarop geeft ‘s hofs in het bestreden arrest besloten liggende oordeel dat de wijze waarop de afbeeldingen in de tenlastelegging zijn aangeduid, niet zodanig is dat verdachte daardoor in zijn verdediging is belemmerd, niet blijk van miskenning van de in art. 261 Sv gestelde eisen en ook overigens niet van een verkeerde rechtsopvatting. Ad 2. Het hof heeft tot uitdrukking gebracht dat het de in de tot het bewijs gebezigde pv’s beschreven seksuele gedragingen op de door het hof bekeken beelden heeft waargenomen en dat het hof aldus door eigen waarneming heeft vastgesteld dat de beschrijvingen in de pv’s juist zijn. Het hof heeft derhalve vastgesteld dat de in de bewezenverklaring omschreven seksuele gedragingen op het beeldmateriaal terug te vinden zijn. Gelet daarop en op hetgeen het hof voorts nog heeft overwogen is de bewezenverklaring toereikend gemotiveerd, zodat ook deze klacht faalt.
De uitspraak op rechtspraak.nl