HR 12 december 2006, ECLI:NL:HR:2006:AZ3287

Anonieme verdachte n-o in cassatieberoep; ook als hij een valse naam opgeeft. HR herhaalt toepasselijke overweging uit HR NJ 2001, 499. Het hof heeft verdachte aangeduid als “NN, zich noemende X” nadat het in het onderzoek naar de ontvankelijkheid van verdachte in appel had vastgesteld dat de ter terechtzitting verschenen verdachte niet was X. Klaarblijkelijk heeft het hof met de aanduiding aldus tot uitdrukking willen brengen dat verdachte als anonymus moet worden aangemerkt nu hij het rechtsmiddel niet onder zijn eigen naam heeft aangewend. Dit oordeel maakt de HR tot het zijne. Blijkens de akte van cassatie heeft verdachte het beroep ingesteld onder dezelfde valse naam. Een rechtsmiddel kan slechts worden aangewend onder bekendmaking van de persoonsgegevens van verdachte. Het spreekt van zelf dat die gegevens de ware persoonsgegevens behoren te betreffen. Nu verdachte heeft nagelaten die bij het aanwenden van het rechtsmiddel te noemen kan hij in het cassatieberoep niet worden ontvangen.

De uitspraak op rechtspraak.nl